Cybercriminelen richten zich al lang niet meer uitsluitend op grote ziekenhuizen. Ook kleinere zorgorganisaties (zoals GGZ-instellingen, eerstelijnspraktijken en ambulante zorgaanbieders) raken steeds vaker betrokken bij digitale incidenten. Denk aan ransomware-aanvallen, datalekken of verstoringen via externe IT-dienstverleners. Deze instellingen zijn sterk afhankelijk van digitale systemen, maar beschikken vaak over beperkte middelen en expertise om die adequaat te beveiligen.
De praktijk laat zien dat dit geen abstract risico is. In oktober 2023 werd het zorgportaal Carenzorgt.nl, gebruikt door onder andere GGZ-aanbieders zoals Reinier van Arkel en Ypse, getroffen door een aanval waarbij cliëntgegevens zijn buitgemaakt. Het Cyberdreigingsbeeld 2024 van Z-CERT beschrijft soortgelijke incidenten bij jeugdzorginstellingen en mondzorgpraktijken. Ook blijkt uit dat rapport dat aanvallen op IT-leveranciers indirect grote gevolgen hebben voor de zorginstellingen die erop vertrouwen.

1. Digitale dreigingen: van ongemak tot ontwrichting
De digitale dreigingen voor zorginstellingen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Niet alleen grote ziekenhuizen, maar ook GGZ-praktijken, jeugdzorgorganisaties en ambulante zorgaanbieders worden steeds vaker geconfronteerd met aanvallen die de zorgverlening ernstig kunnen verstoren.
Deze dreigingen variëren van gerichte ransomware-campagnes tot onbedoelde datalekken door medewerkers. Het resultaat is in alle gevallen hetzelfde: verstoring van zorg, verlies van vertrouwen en risico voor gevoelige persoonsgegevens.
Ransomware legt behandelprocessen stil
Ransomware is één van de meest ontwrichtende dreigingen voor zorginstellingen. Criminelen versleutelen toegang tot systemen of data, en eisen losgeld in ruil voor herstel. In Nederland zijn ziekenhuizen relatief goed voorbereid, maar kleinere zorginstellingen blijven kwetsbaar. Volgens het Dreigingsbeeld Zorg 2024 van Z-CERT zijn ook jeugdzorginstellingen en praktijken in de mondzorgsector in 2024 slachtoffer geworden van ransomware. Daarbij werd data zelfs gepubliceerd op zogeheten ‘leak-sites’, wat duidt op afpersing.
Een recent en schrijnend voorbeeld buiten Nederland toont de reikwijdte van deze dreiging: een ransomware-aanval op een Engelse leverancier van pathologische diensten leidde ertoe dat duizenden bloedonderzoeken en afspraken bij huisartsen niet doorgingen. Nederlandse instanties, waaronder de Rijksoverheid, hebben dit incident expliciet opgenomen in hun dreigingsanalyses vanwege de ketenimpact.
Phishing treft ook organisaties zonder IT-afdeling
Phishing blijft een hardnekkige bedreiging, zeker voor organisaties zonder eigen IT-afdeling of securityspecialisten. Via ogenschijnlijk legitieme e-mails proberen criminelen toegang te krijgen tot inloggegevens of gevoelige informatie. In omgevingen waar technische monitoring ontbreekt, kan één klik al voldoende zijn voor schade.
Volgens Z-CERT rapporteren zorginstellingen structureel phishingaanvallen gericht op medewerkers. In sommige gevallen gaat het om pogingen om toegang te krijgen tot cliëntportalen of e-mailomgevingen. Zo meldde Security.nl een samenwerking tussen Z-CERT en de GGZ-sector, gericht op het verbeteren van weerbaarheid tegen phishing en andere digitale dreigingen. In kleinere praktijken zonder dedicated IT-beheer blijft phishing echter vaak onopgemerkt tot het te laat is.
Onbedoelde datalekken door menselijke fouten
Niet alle dreigingen zijn het gevolg van externe aanvallen. Een groot deel van de datalekken ontstaat intern, bijvoorbeeld wanneer een medewerker per ongeluk een e-mail met cliëntgegevens naar de verkeerde persoon stuurt, of wanneer gevoelige documenten worden opgeslagen op onbeveiligde apparaten.
Uit rapportages van de Autoriteit Persoonsgegevens blijkt dat veel organisaties privacyrisico’s onderschatten. In 38% van de gemelde datalekken waarbij medische gegevens betrokken waren, werd geen adequaat inschattingsproces gehanteerd. Dit leidt niet alleen tot juridische risico’s, maar ook tot reputatieschade en verminderd vertrouwen van cliënten.
Een ander voorbeeld komt uit de GGD-praktijk: tijdens de coronacrisis bleek dat toegang tot persoonsgegevens van burgers nauwelijks gecontroleerd werd. Medewerkers konden zonder logging dossiers inzien. De Tweede Kamer concludeerde later dat er structurele tekortkomingen waren in procedures en toezicht.
Fysieke risico’s worden vaak onderschat
Digitale beveiliging krijgt veel aandacht, maar fysieke kwetsbaarheden blijven in de zorg onderbelicht. Papieren dossiers die onbeveiligd worden opgeborgen, laptops die in auto’s blijven liggen, of USB-sticks zonder encryptie – dit soort situaties komen nog altijd voor. Zeker in ambulante zorg of bij thuiszorgorganisaties is fysieke beveiliging een integraal onderdeel van de informatiebeveiliging.
Een bekend internationaal voorbeeld is het datalek bij de Finse organisatie Vastaamo, waar medische dossiers op straat kwamen te liggen na een inbraak. Slachtoffers werden vervolgens persoonlijk benaderd met afpersingsverzoeken. Smarthealth.live beschrijft hoe dit incident een enorme impact had op cliënten én op het publieke vertrouwen in de geestelijke gezondheidszorg.
Voorbeeldsituaties uit de praktijk
GGZ-portaal Carenzorgt.nl gehackt
In oktober 2023 werd het cliëntportaal Carenzorgt.nl gehackt. Dit portaal wordt door veel GGZ-aanbieders gebruikt, waaronder Reinier van Arkel en Ypse. Gegevens van cliënten kwamen in handen van cybercriminelen. Het incident leidde tot grote onrust en reputatieschade, vooral omdat het ging om gevoelige psychologische dossiers.
Ransomware bij jeugdzorg en mondzorg
Volgens het eerder genoemde dreigingsbeeld van Z-CERT zijn in 2024 ook jeugdzorginstellingen en mondzorgpraktijken slachtoffer geworden van ransomware. In enkele gevallen is data openbaar gemaakt op zogenaamde ‘leak-sites’. Deze incidenten laten zien dat ook organisaties zonder IT-afdeling niet buiten schot blijven.
Leveranciers als zwakke schakel
In Engeland werd een pathologiedienst getroffen door een ransomware-aanval, waardoor duizenden huisartsen hun afspraken moesten afzeggen. Hoewel dit niet direct in Nederland plaatsvond, toont het aan hoe kwetsbaar zorgprocessen zijn wanneer een externe leverancier wordt getroffen. Het incident wordt genoemd in beleidsdocumenten van de Rijksoverheid als waarschuwend voorbeeld voor de Nederlandse zorgketen.
Weerbaarheid
Digitale dreigingen binnen de zorg zijn allesbehalve hypothetisch. Van ransomware en phishing tot menselijke fouten en fysieke beveiligingsproblemen – de risico’s zijn concreet en steeds vaker gericht op organisaties buiten het ziekenhuisdomein. Kleinere zorgaanbieders worden expliciet genoemd in recente dreigingsrapporten en zijn vaak minder goed voorbereid op incidenten. Daarom is het noodzakelijk dat ook GGZ-praktijken, jeugdzorgorganisaties en ambulante teams hun digitale weerbaarheid versterken – met aandacht voor techniek, processen én gedrag.

2. Wat elke zorginstelling nú al kan doen
Veel zorginstellingen erkennen het belang van digitale veiligheid, maar weten niet altijd waar te beginnen. Toch zijn er direct toepasbare maatregelen waarmee elke organisatie – van solo-praktijk tot GGZ-instelling – haar beveiliging aanzienlijk kan versterken. Het gaat hierbij niet alleen om technologische oplossingen, maar vooral om het bewust aanbrengen van structuur en discipline in het omgaan met informatie. Juist hier valt in de praktijk nog veel winst te behalen.
Basismaatregelen die vaak ontbreken
Het is opvallend hoeveel zorginstellingen nog worstelen met basisbeveiliging. Dit zijn maatregelen die niet ingewikkeld of duur hoeven te zijn, maar die in de praktijk vaak niet of onvolledig zijn doorgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het beperken van toegang tot dossiers, het toepassen van twee-factor-authenticatie en het correct uitvoeren van back-ups.
Beperk toegang tot cliëntdossiers strikt
Niet iedere medewerker hoeft toegang te hebben tot alle cliëntinformatie. Toch komt het in veel systemen nog voor dat autorisaties te ruim zijn ingesteld. Hierdoor ontstaat het risico dat medewerkers, al dan niet per ongeluk, toegang krijgen tot gegevens die zij niet nodig hebben voor hun werk. Dit vergroot niet alleen de kans op datalekken, maar brengt ook risico’s met zich mee bij interne conflicten of bij uitdiensttreding. Een duidelijk autorisatiemodel, gekoppeld aan functieprofielen, is daarom essentieel.
Gebruik twee-factor-authenticatie standaard
Twee-factor-authenticatie (2FA) is inmiddels een basisvoorwaarde voor veilige toegang tot systemen. Toch wordt deze beveiligingslaag nog niet standaard toegepast binnen alle zorgorganisaties, zeker niet bij externe toegang tot cliëntportalen of e-mail. Het instellen van 2FA is in de meeste systemen eenvoudig te activeren en biedt een aanzienlijke bescherming tegen ongeoorloofde toegang, vooral in het geval van gestolen of gelekte wachtwoorden.
Voer automatische back-ups uit en test ze
Veel organisaties maken wel een back-up, maar controleren zelden of deze volledig, actueel en herstelbaar is. Juist bij ransomware-aanvallen of systeemstoringen kan een niet-werkende back-up grote schade veroorzaken. Door het back-upproces te automatiseren én periodiek te testen, wordt de organisatie minder afhankelijk van geluk op een kritiek moment. Vergeet hierbij niet om back-ups te bewaren op een locatie die niet direct is gekoppeld aan het hoofdnetwerk, om besmetting te voorkomen.
Beheer mobiele apparaten en laptops actief
In de praktijk wordt in de zorg veel mobiel gewerkt. Denk aan ambulante zorgverleners, medewerkers die thuis rapporteren of behandelaars die werken op meerdere locaties. Laptops, tablets en smartphones zijn daarmee onmisbare werkmiddelen geworden. Toch is het beheer van deze apparaten vaak versnipperd geregeld.
Een goede beheersmaatregel is het versleutelen van harde schijven en mobiele media. Als een laptop gestolen wordt of een USB-stick zoekraakt, voorkomt encryptie dat de gegevens eenvoudig uitgelezen kunnen worden. Daarnaast is het verstandig om met Mobile Device Management (MDM) te werken, waarmee apparaten op afstand zijn te blokkeren of wissen bij verlies of diefstal. Ook trackingtools of inlogbeperkingen bij onbekende netwerken kunnen bijdragen aan het beperken van risico’s.
Organisaties moeten bovendien registreren welke apparaten in omloop zijn, wie eigenaar is, en of de beveiligingsmaatregelen up-to-date zijn. Het komt nog te vaak voor dat oud personeel toegang houdt tot gevoelige systemen via persoonlijke apparaten die niet meer actief worden beheerd.
Koppel fysieke en digitale beveiliging
Cybersecurity wordt vaak als iets digitaals gezien, maar ook fysieke beveiliging speelt een cruciale rol. Papieren dossiers, fysieke toegang tot serverruimtes, of onbeveiligde werkplekken met openstaande schermen vormen een directe bedreiging voor de vertrouwelijkheid van cliëntgegevens.
Behandelkamers waarin dossiers open op tafel liggen, kantoren waar onbevoegden kunnen binnenlopen of verouderde printers met open geheugen: het zijn allemaal fysieke zwakke schakels in de beveiligingsketen. Het is belangrijk om fysieke beveiligingsmaatregelen op te nemen in het algemene informatiebeveiligingsbeleid. Dat betekent: afsluitbare kasten voor papieren dossiers, automatische vergrendeling van computers na inactiviteit, en duidelijke richtlijnen voor het gebruik van externe opslagmedia.
Er is bovendien bewustwording nodig bij medewerkers over hun verantwoordelijkheid in dit domein. Het ‘even laten liggen’ van gevoelige informatie is vaak onbewust gedrag, maar kan grote gevolgen hebben. Regelmatige interne communicatie en praktijkgerichte trainingen helpen om dit te veranderen.
Praktische tips per type zorginstelling
Elke zorgorganisatie kent een eigen dynamiek en werkwijze. Dat betekent ook dat beveiligingsmaatregelen afgestemd moeten worden op de schaal en context van de organisatie. Onderstaande overzichten bieden gerichte aandachtspunten voor drie typen zorginstellingen.
Solo-praktijken (zoals zelfstandige psychologen of therapeuten)
- Gebruik alleen apparaten waarvoor de beveiliging zelf geregeld en gecontroleerd kan worden.
- Beperk softwaregebruik tot strikt noodzakelijke toepassingen en zorg voor automatische updates.
- Beveilig het Wi-Fi-netwerk, ook thuis, en gebruik een zakelijk e-mailadres met domeinvalidatie (SPF, DKIM, DMARC).
- Gebruik een wachtwoordmanager om sterke, unieke wachtwoorden te genereren en beheren.
- Vermijd het bewaren van gegevens op losse USB-sticks of persoonlijke clouddiensten.
Teampraktijken (bijvoorbeeld huisartsenposten of GGZ-praktijken met meerdere behandelaren)
- Stel heldere gebruikersrollen in binnen het EPD en autoriseer alleen per functie.
- Gebruik een centraal systeem voor apparaatbeheer en software-updates.
- Organiseer regelmatig korte awarenesssessies tijdens teamoverleggen.
- Houd een actueel overzicht van alle actieve accounts, inclusief uitdiensttredingen.
- Werk met gescheiden accounts voor beheer en dagelijks gebruik (principe van least privilege).
Zorginstellingen (zoals woonvoorzieningen, behandelcentra of instellingen met meerdere locaties)
- Implementeer een formeel informatiebeveiligingsbeleid met structurele monitoring.
- Voer periodieke risicoanalyses uit, afgestemd op wet- en regelgeving (bijv. NEN 7510).
- Gebruik endpoint detection & response (EDR)-tools voor vroege dreigingssignalering.
- Sluit papieren en digitale informatieketens goed op elkaar aan via duidelijke procedures.
- Benoem een verantwoordelijke voor informatiebeveiliging (ISO of CISO) die rapporteert aan de directie.
Investeren
De digitale weerbaarheid van een zorginstelling staat of valt met de bereidheid om de basis op orde te brengen. Veel maatregelen zijn relatief eenvoudig te implementeren, mits er eigenaarschap is en beveiliging een vaste plek krijgt binnen het primaire zorgproces. Door toegang goed te beheren, apparaten te beveiligen, fysieke risico’s serieus te nemen en per organisatietype gerichte stappen te zetten, ontstaat een fundament waarop verdere verbetering gebouwd kan worden. Juist in een sector waar vertrouwen centraal staat, is dat geen luxe, maar een noodzakelijke investering.

3. Mensen maken het verschil
In de zorg zijn medewerkers dagelijks betrokken bij het verwerken van gevoelige informatie. Ondanks technische beveiligingsmaatregelen vormen menselijke fouten nog steeds een belangrijke oorzaak van datalekken en andere incidenten. Denk aan het onbedoeld openen van phishingmails, het delen van cliëntgegevens via onbeveiligde kanalen of het niet melden van een (bijna-)incident.
Informatiebeveiliging vraagt daarom om meer dan alleen technologie: het vraagt om structurele aandacht voor menselijk gedrag. Bewustwording over risico’s en verantwoordelijkheden moet worden ingebed in de dagelijkse praktijk. Niet als een eenmalige campagne, maar als een doorlopend proces dat onderdeel is van de zorgcultuur.
Dit vraagt om herhaling, betrokkenheid vanuit het management en ruimte om fouten te bespreken. Het moet voor medewerkers vanzelfsprekend zijn om veilig te werken, risico’s te herkennen en incidenten te melden. Dat lukt alleen met praktische, herkenbare en laagdrempelige interventies die aansluiten op de realiteit van het zorgwerk.
Wat werkt in de praktijk
Regelmatige awareness-sessies
Korte, herhaalbare trainingen of intervisiesessies helpen om kennis actueel te houden.
Phishing-simulaties met terugkoppeling
Laat medewerkers veilig ervaren hoe echt cyberdreigingen ogen, gevolgd door leerzame feedback.
Duidelijke meldprocedures
Zorg dat medewerkers weten waar en hoe ze incidenten of twijfels moeten melden – zonder drempels of angst voor repercussies.
Gebruik praktijkvoorbeelden
Casussen uit de eigen sector maken risico’s concreet en bespreekbaar.
Aandachtsfunctionarissen of ambassadeurs
Maak beveiliging zichtbaar en laagdrempelig via aanspreekpunten in teams.
Een goed opgezette bewustwordingsaanpak verlaagt het risico op fouten en versterkt de algehele beveiligingscultuur. Investeren in gedrag en betrokkenheid is daarmee minstens zo belangrijk als investeren in technologie. In de zorg begint digitale veiligheid bij mensen.

Wat te doen bij:
Digitale incidenten met directe impact
Zorginstellingen kunnen geconfronteerd worden met uiteenlopende vormen van digitale incidenten: van versleutelde systemen tot gestolen gegevens, en van misplaatste e-mails tot ongeautoriseerde inzage. Wat al deze situaties gemeen hebben, is de noodzaak tot snel en zorgvuldig handelen. Enkele voorbeelden:
- Systemen zijn niet meer toegankelijk door malware of sabotage.
- Vertrouwelijke informatie is per ongeluk verstuurd naar de verkeerde persoon.
- Gegevens zijn ontvreemd via een phishingaanval of via een verloren apparaat.
- Een medewerker heeft zonder geldige reden toegang gehad tot cliëntinformatie.
In alle gevallen geldt: het type incident bepaalt de technische details van de aanpak, maar de stappen die de organisatie moet nemen zijn in de basis hetzelfde. Allereerst moet duidelijk worden wat er precies is gebeurd en welke systemen of gegevens zijn geraakt. Daarna moeten maatregelen worden genomen om verdere schade te voorkomen, zoals het afsluiten van accounts, het uitschakelen van systemen of het intrekken van toegangsrechten. Vervolgens is het belangrijk om zorgvuldig te communiceren – intern, naar betrokkenen en, indien nodig, naar de toezichthouder.
Juist in de zorgsector, waar gegevens zeer gevoelig zijn en cliënten afhankelijk zijn van vertrouwen, is een digitale fout niet alleen een technisch probleem. Het raakt aan professionele verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid en continuïteit van zorg.

5. Informatiebeveiliging structureel regelen
Informatiebeveiliging binnen zorgorganisaties wordt nog te vaak benaderd als een verzameling losse maatregelen: een virusscanner hier, een training daar, en een incidentenregister dat pas wordt bekeken na een incident. Die versnipperde aanpak is niet alleen ineffectief, maar staat ook haaks op wat de zorgsector wettelijk en normatief verplicht is te doen. In een digitale zorgomgeving waarin cliëntgegevens centraal staan, is informatiebeveiliging geen optionele aanvulling meer.
Het is een fundamentele voorwaarde voor veilige, verantwoorde en professionele zorgverlening.
Waarom losse maatregelen onvoldoende zijn zonder samenhang
Zorginstellingen staan voortdurend onder druk. Productieafspraken, personeelstekorten en administratieve lasten zorgen ervoor dat informatiebeveiliging niet altijd prioriteit krijgt. In de praktijk leidt dit tot ad-hocmaatregelen: beveiligingssoftware wordt aangeschaft zonder heldere beleidskaders, medewerkers worden getraind zonder evaluatie van gedrag, en risicoanalyses worden niet periodiek herzien. Het ontbreekt aan samenhang, coördinatie en borging.
Deze gefragmenteerde aanpak maakt een organisatie juist kwetsbaarder. Beveiliging werkt namelijk alleen effectief als het is ingebed in een samenhangend geheel van beleid, processen en gedrag. Als er bijvoorbeeld geen duidelijke richtlijnen zijn voor wie toegang heeft tot bepaalde patiëntgegevens, is technische toegangscontrole weinig waard. En als medewerkers geen meldingsbereidheid tonen, blijven incidenten onder de radar.
ISO 27001 en NEN 7510 – specifiek ontwikkeld voor de zorg – benadrukken dat informatiebeveiliging alleen effectief is wanneer het wordt benaderd als een managementsysteem: een gestructureerd geheel van beleid, processen, rollen en verantwoordelijkheden, gekoppeld aan risicobeheersing en continue verbetering.
Rol van informatiebeveiligingsbeleid, risicomanagement en de PDCA-cyclus
Een stevig informatiebeveiligingsbeleid vormt de ruggengraat van elke structurele aanpak. In het beleid worden de uitgangspunten, doelstellingen en verantwoordelijkheden vastgelegd. Voor zorginstellingen betekent dit onder andere: vastleggen welke wet- en regelgeving geldt (zoals de AVG), welke normkaders gevolgd worden (zoals NEN 7510) en hoe de organisatie risico’s inventariseert en beheerst.
Centraal binnen dit beleid staat risicomanagement. Zorginstellingen moeten systematisch vaststellen waar de risico’s zitten: welke systemen bevatten medische gegevens, wie heeft toegang, hoe zijn back-ups geregeld, en wat zijn de afhankelijkheden van externe leveranciers? Pas wanneer deze risico’s in kaart zijn gebracht, kunnen passende maatregelen worden genomen.
De norm ISO 27001 – en de daarvan afgeleide NEN 7510 – schrijft bovendien voor dat informatiebeveiliging geen eenmalige actie is, maar een continu proces. De PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) is daarin leidend:
- Plan: Stel beleid op, identificeer risico’s, formuleer doelstellingen en selecteer maatregelen.
- Do: Implementeer de maatregelen, zoals awareness-trainingen, toegangsbeperkingen en encryptie.
- Check: Monitor de werking van maatregelen, voer interne audits uit, verzamel incidenten en afwijkingen.
- Act: Evalueer de uitkomsten, stel beleid en maatregelen bij, leer van incidenten.
Deze cyclus zorgt ervoor dat informatiebeveiliging meebeweegt met ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie – zoals technologische vernieuwingen, wijzigingen in wetgeving of veranderingen in zorgprocessen.
Wat kleinere zorgorganisaties kunnen leren van NEN 7510 en NIST-principes
Kleinere zorgorganisaties beschikken vaak niet over een eigen CISO of een volledig team voor informatiebeveiliging. Toch kunnen juist deze organisaties profiteren van de uitgangspunten die zijn vastgelegd in normenkaders als NEN 7510 en het NIST Cybersecurity Framework.
NEN 7510 is speciaal ontwikkeld voor de Nederlandse zorg en sluit nauw aan bij de wettelijke eisen rond privacy en beveiliging. De norm biedt praktische handvatten, zoals het inrichten van toegangsbeheer, het vastleggen van verantwoordelijkheden en het uitvoeren van risicoanalyses. Voor kleine instellingen betekent dit niet dat alles direct volledig ingericht moet zijn, maar wel dat er op elk niveau – van directie tot werkvloer – bewust en doelgericht moet worden gewerkt aan informatiebeveiliging.
Het NIST Framework biedt daarnaast vijf duidelijke domeinen: Identify, Protect, Detect, Respond en Recover. Deze structuur helpt ook kleine organisaties om overzicht te houden:
- Identify: weet welke gegevens en systemen je hebt, en waar de kwetsbaarheden liggen.
- Protect: zorg voor toegangscontrole, versleuteling en fysieke beveiliging.
- Detect: monitor systemen, herken afwijkend gedrag en signaleer incidenten tijdig.
- Respond: wees voorbereid op incidenten, met duidelijke rollen en scenario’s.
- Recover: herstel systemen snel en leer van incidenten.
Door deze principes te vertalen naar de eigen schaal en context, kunnen ook kleine zorginstellingen hun weerbaarheid structureel verbeteren.
Informatiebeveiliging moet dus niet worden gezien als een eenmalige investering of een IT-project. Het is een cyclisch proces, ingebed in het primaire zorgproces, gedragen door beleid, gecontroleerd door audits, en voortdurend gevoed door nieuwe inzichten. Alleen zo wordt informatiebeveiliging een integraal onderdeel van kwalitatieve en veilige zorg, zoals de normen ISO 27001 en NEN 7510 ook beogen.

6. De CISO of ISO als aanjager van continuïteit en vertrouwen
Informatiebeveiliging is geen kwestie van technologie alleen, maar een structureel organisatievraagstuk. Zeker in de zorg, waar vertrouwelijkheid, beschikbaarheid en integriteit van gegevens directe invloed hebben op de kwaliteit van zorg en het vertrouwen van cliënten.
De normenkaders ISO/IEC 27001 en NEN 7510 onderstrepen dit principe nadrukkelijk: er moet niet alleen sprake zijn van technische maatregelen, maar ook van heldere verantwoordelijkheden, bewuste medewerkers en aantoonbaar beleid.
Binnen deze context is de rol van de CISO (Chief Information Security Officer) of ISO (Information Security Officer) onmisbaar. Deze functionarissen geven richting, borgen de structuur en zorgen ervoor dat informatiebeveiliging een vast onderdeel is van de bedrijfsvoering.

De CISO in grotere instellingen: strategisch én adviserend
In grotere zorgorganisaties, zoals ziekenhuizen of GGZ-instellingen met meerdere locaties, is de CISO vaak een onafhankelijke functionaris met een directe lijn naar de directie of Raad van Bestuur. Deze positionering is niet vrijblijvend: ISO 27001 vereist expliciet dat verantwoordelijkheden rond informatiebeveiliging duidelijk zijn belegd en dat er toezicht is op naleving en effectiviteit van het informatiebeveiligingsbeleid. De CISO fungeert als strategisch adviseur en vertaalt technische en organisatorische risico’s naar bestuurlijke keuzes.
De CISO bewaakt onder andere:
- De samenhang tussen beleid, risicoanalyse en operationele maatregelen.
- De voortgang van het Information Security Management System (ISMS).
- Het signaleren van dreigingen en het doorvoeren van verbetermaatregelen.
Door risicobeoordelingen te koppelen aan bedrijfsdoelen, ondersteunt de CISO bij het prioriteren van beveiligingsinvesteringen. Dit draagt direct bij aan continuïteit van zorgverlening, zeker in het geval van incidenten of cyberaanvallen.
De ISO in kleinere zorgpraktijken: pragmatiek en borging
In kleinere praktijken, zoals eerstelijns psychologen of ambulante zorgteams, is er zelden ruimte voor een voltijd CISO. Toch vereist ook NEN 7510 een duidelijke functionaris die toeziet op informatiebeveiliging. In dit soort organisaties wordt de rol vaak vervuld door een kwaliteitsmedewerker, praktijkmanager of extern adviseur.
De uitdaging hier ligt in het combineren van dagelijkse verantwoordelijkheden met het bewaken van onafhankelijke toetsing en beleidsontwikkeling.
Om aan de norm te voldoen én de rol werkbaar te houden, is het belangrijk dat:
- De ISO expliciet bevoegdheden krijgt om risico’s te benoemen en verbeteracties te initiëren.
- De onafhankelijkheid gewaarborgd wordt, bijvoorbeeld door periodieke evaluaties met een extern deskundige.
- Er structureel tijd en aandacht is voor bewustwording, documentatie en rapportage.
Ook in kleinschalige zorg draait informatiebeveiliging om meer dan incidenten voorkomen. Het gaat om vertrouwen: cliënten moeten erop kunnen rekenen dat hun gegevens in veilige handen zijn.
Verantwoordelijkheden: meer dan toezicht
Of het nu om een CISO in een ziekenhuis of een ISO in een kleinschalige GGZ-instelling gaat, de kernverantwoordelijkheden zijn grotendeels gelijk en sluiten aan op de eisen uit ISO 27001 en NEN 7510:
- Periodieke risicobeoordeling: Het identificeren en analyseren van dreigingen, kwetsbaarheden en de impact op de zorgprocessen. Dit vormt de basis voor passende beheersmaatregelen.
- Bewustwording en risicomanagement binnen de organisatie bevorderen: Medewerkers moeten zich bewust zijn van hun rol in informatiebeveiliging. Dat vraagt om training, communicatie én een cultuur waarin melden en verbeteren centraal staan.
- Toezicht houden op compliance met wet- en regelgeving: Dit omvat onder andere de AVG, maar ook branche-eisen en contractuele verplichtingen met ketenpartners. De CISO of ISO bewaakt dat het beleid in lijn is met de actuele juridische kaders.
- Rapportage aan bestuur of directie: Beveiliging is niet iets voor de IT-afdeling alleen. Door regelmatig en onderbouwd te rapporteren aan de leiding, krijgt informatiebeveiliging een plek op de bestuurlijke agenda. Dit verhoogt niet alleen de zichtbaarheid, maar ook de slagkracht van de CISO of ISO.
Het beginpunt: bestuurders die eigenaarschap tonen
In alle gevallen – groot of klein – begint informatiebeveiliging met erkenning van het belang ervan op bestuurlijk niveau. Zonder commitment vanuit de top is informatiebeveiliging kwetsbaar voor ad-hoc handelen, onderprioritering en versnippering. Bestuurders die actief ruimte maken voor een stevige rol van de CISO of ISO, investeren niet alleen in beveiliging, maar ook in continuïteit, vertrouwen en compliance.
In de zorg betekent dit concreet: voorkomen dat cliëntgegevens uitlekken, kunnen blijven werken tijdens storingen of aanvallen, en aantoonbaar voldoen aan wet- en regelgeving.
Met andere woorden: informatiebeveiliging moet niet worden gezien als kostenpost, maar als voorwaarde voor professionele en veilige zorgverlening. De CISO of ISO is daarbij de verbindende schakel tussen techniek, beleid en praktijk.

Informatiebeveiliging als randvoorwaarde voor veilige zorg
Cyberveiligheid is geen optionele aanvulling op de dagelijkse bedrijfsvoering van zorginstellingen. Het is een kernvoorwaarde voor het leveren van veilige, integere en betrouwbare zorg. Zeker in het licht van normen zoals ISO 27001 en NEN 7510, die uitgaan van risicogebaseerd en aantoonbaar informatiebeveiligingsbeleid, is het essentieel dat zorgorganisaties – ongeacht omvang of specialisatie – verantwoordelijkheid nemen voor digitale weerbaarheid.
Voor veel organisaties is de drempel om te beginnen hoog. Toch hoeft informatiebeveiliging niet meteen een compleet ISO-certificeringstraject te betekenen. Wat telt, is dat er wordt begonnen met een bewuste en gestructureerde aanpak, gebaseerd op realistische risico’s en gefaseerde verbetermaatregelen. Cruciaal daarin is het toekennen van eigenaarschap op bestuurlijk niveau.
Praktische aanbevelingen vanuit het perspectief van een ervaren CISO:
- Zie informatiebeveiliging als proces, niet als project
Continue evaluatie, bijstelling en verbetering zijn noodzakelijk om te voldoen aan NEN 7510 en ISO 27001. - Wijs een formele verantwoordelijke aan (CISO of ISO)
Zonder een functionaris met mandaat en expertise ontbreekt sturing en borging. - Stel prioriteiten op basis van risico’s
Begin met de processen die het meest kwetsbaar zijn, zoals cliëntdossiers, toegangsbeheer of uitbesteding van IT. - Integreer beveiliging in bestaande processen
Denk aan HR (onboarding/offboarding), ICT-beheer en contractmanagement. - Creëer draagvlak door bewustwording op álle niveaus
Training en communicatie zijn minstens zo belangrijk als techniek. - Documenteer beleid, maatregelen en incidenten systematisch
Dit is niet alleen vereist voor compliance, maar ook waardevol bij audits en incidentanalyse.
Elke zorgorganisatie kan stappen zetten, mits er eigenaarschap, toewijding en een duidelijke koers aanwezig zijn. Begin klein, maar bouw consistent aan een structuur die toekomstbestendig is.
