De NIS2-richtlijn stelt nieuwe eisen aan informatiebeveiliging binnen de zorg. Veel organisaties missen echter een duidelijke regierol om dit goed aan te pakken. Verantwoordelijkheden zijn versnipperd en capaciteit is vaak beperkt. Een externe CISO biedt dan een schaalbare oplossing met directe impact.

Wetgeving en druk vanuit de keten
Per juli 2025 wordt de NIS2-richtlijn van kracht. Daarmee krijgen ook zorgorganisaties te maken met nieuwe verplichtingen rond informatiebeveiliging. Niet alleen ziekenhuizen, maar ook kleinere zorginstellingen, laboratoria en zorg-ICT-partijen kunnen onder deze wet vallen — of worden aangesproken door ketenpartners die dat wel doen. Dat maakt afwachten geen veilige optie meer.
Geen bewijs? Dan geen plek in de keten
De NIS2-richtlijn draait niet alleen om wat je intern doet, maar ook om hoe je omgaat met je partners. Grote zorgorganisaties mogen straks alleen nog samenwerken met partijen die hun beveiliging aantoonbaar op orde hebben. Die eisen dalen door in de keten. Dus ook als een organisatie zelf niet direct onder de richtlijn valt, wordt naleving ineens wél belangrijk om samenwerkingen in stand te houden.
Zonder bewijs van grip op risico’s en beveiliging kunnen zorginstellingen:
- uitgesloten worden van samenwerkingen of aanbestedingen;
- risico lopen op reputatieschade bij incidenten;
- harder geraakt worden bij ketenverstoringen door onveilige leveranciers.
Ketenveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. En wie zichzelf daarin niet zichtbaar positioneert, verliest op termijn zijn plek.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid is geen bijzaak
Een belangrijk verschil met eerdere regelgeving is dat NIS2 expliciet bij het bestuur wordt neergelegd. Informatiebeveiliging is daarmee geen ICT-project meer, maar een bestuursverantwoordelijkheid. Dat betekent dat het bestuur actief betrokken moet zijn bij:
- het opstellen van risicobeleid;
- het monitoren van voortgang;
- en het nemen van maatregelen bij incidenten of tekortkomingen.
Een jaarlijkse audit is niet voldoende. Bestuurders moeten kunnen laten zien dat ze structureel sturen op digitale weerbaarheid.
Over het ‘keurmerk’
Sommige partijen verwijzen naar NIS2-keurmerken of labels als oplossing. Op zichzelf kan zo’n label helpen, maar het is geen officiële vrijstelling. Er bestaat geen erkend keurmerk dat automatisch aantoont dat een organisatie NIS2-proof is.
Wat telt is of de basis op orde is: risicoanalyse, beleidsstructuur, incidentaanpak, ketencontrole. Zonder die elementen blijft een keurmerk slechts een papieren schild.
Waarom nú beginnen telt
De richtlijn ligt er al en gaat over minder dan een jaar in. Veel zorginstellingen hebben nog geen duidelijke aanpak ingericht. Toch is dat nodig, al is het maar om intern overzicht te krijgen: wat moet er echt gebeuren, en waar ligt de verantwoordelijkheid?
Wachten betekent:
- meer druk op het laatste moment,
- minder ruimte om keuzes af te stemmen,
- en grotere kans op tekortkomingen bij controles.
Wie nú de regie pakt, kan gefaseerd opbouwen. En dat begint met één duidelijke vraag: wie leidt dit traject? Een CISO — vast of extern — zorgt dat er niet alleen actie komt, maar ook richting en samenhang. En dat maakt het verschil tussen papieren plannen en aantoonbare naleving.verbeteren in een wereld waar digitale veiligheid steeds belangrijker wordt.

De CISO pakt de regie
In veel zorginstellingen is informatiebeveiliging verspreid over verschillende functies. IT-afdelingen beheren de techniek, de functionaris gegevensbescherming (FG) kijkt naar privacy, en soms is er een kwaliteitsmanager die beveiliging als ‘extra taak’ oppakt. Dat lijkt werkbaar — tot het misgaat of een audit voor de deur staat.
De kern van het probleem: er is niemand die de eindverantwoordelijkheid draagt voor de samenhang tussen beleid, risico’s, maatregelen en bestuur. En juist die samenhang is precies wat de NIS2-richtlijn verplicht stelt.
Wat een CISO wél doet
De Chief Information Security Officer (CISO) is degene die overzicht houdt, prioriteiten stelt en vertaalt wat beveiliging betekent voor de hele organisatie. Geen operationele rol, maar een strategische. De CISO:
- ontwikkelt en bewaakt het informatiebeveiligingsbeleid;
- voert of coördineert risicoanalyses;
- zorgt voor afstemming met bestuur, FG en externe partijen;
- stuurt op naleving, rapportages en verbeteracties.
Het is een rol die stuurt, verbindt en bewaakt — niet alleen binnen IT, maar juist op het snijvlak van bestuur, operatie en compliance.
Wat een CISO níet is
Een veelgemaakte fout is om de rol van CISO onder te brengen bij iemand die daar eigenlijk niet voor bedoeld is. Dat levert knelpunten op. Een CISO is géén:
- IT-beheerder die naast techniek ook beleid ‘erbij’ doet;
- privacyfunctionaris met onvoldoende zicht op technische risico’s;
- projectmanager die vooral uitvoert, maar geen beleid maakt.
Zonder duidelijke rolafbakening ontstaat ruis: beleid zonder uitvoering, risico’s zonder opvolging, maatregelen zonder verankering.
Waarom deze rol bestuurlijk ingebed moet zijn
De NIS2-richtlijn legt expliciet vast dat cybersecurity een bestuursverantwoordelijkheid is. Dat betekent dat het bestuur moet kunnen sturen op risico’s en maatregelen, op basis van betrouwbare informatie. De CISO levert die input.
Zonder CISO ontbreekt een centrale gesprekspartner voor het bestuur — en dat leidt tot versnippering, gemiste signalen en onduidelijkheid bij incidenten of inspecties.
Zorginstellingen die deze verantwoordelijkheid niet beleggen, nemen niet alleen risico, maar missen ook grip. En in een zorgcontext, waar patiëntveiligheid en vertrouwelijkheid vooropstaan, is dat simpelweg geen optie.

3. Geen vaste CISO? Waarom externe ondersteuning vaak effectiever is
Voor veel zorgorganisaties is het aanstellen van een fulltime CISO niet realistisch. De omvang van de organisatie, het budget of de personele capaciteit laat het vaak niet toe. Toch verplicht de NIS2-richtlijn tot structurele beveiliging en bestuurlijke verankering. Die verantwoordelijkheid verdwijnt niet als de functie er niet is.
Dat is precies waarom een externe of parttime invulling zo effectief kan zijn.
De fabel: “We zijn te klein voor een CISO”
Juist kleinere organisaties lopen relatief meer risico. Beveiliging is er vaak minder goed geregeld, afhankelijk van individuele medewerkers of leveranciers. Dat maakt ze kwetsbaar voor incidenten én moeilijker verdedigbaar bij inspecties of ketenverstoringen.
Een CISO is geen luxe of overbodige managementlaag. Het is een functie die richting geeft, risico’s inzichtelijk maakt en bestuurders in staat stelt hun verantwoordelijkheid te nemen — ook als die functie niet in vaste dienst is ingevuld.
De oplossing: een externe of remote CISO
Een externe CISO werkt op afroep of in een afgesproken aantal uren per maand. Dit maakt het mogelijk om professionele regie op informatiebeveiliging in te richten, zonder fulltime inzet of langdurige wervingstrajecten.
Een externe CISO:
- stelt samen met de organisatie beleid op dat past bij de praktijk;
- voert risicoanalyses uit en vertaalt die naar beheersmaatregelen;
- adviseert bestuur en management in begrijpelijke taal;
- houdt toezicht op implementatie en bijsturing.
Zonder de organisatie over te nemen, werkt deze professional als een verlengstuk van het bestaande team.
Wat deze vorm níet is
Externe ondersteuning is géén tijdelijke consultant die alleen een rapport oplevert. Het gaat om een structurele, doorlopende functie — maar dan schaalbaar.
Het is ook geen technische specialist die firewalls installeert of software configureert. De externe CISO houdt overzicht, zet de lijnen uit en zorgt dat alles wat nodig is gebeurt — intern of via leveranciers.
Voor veel zorgorganisaties is dit de meest haalbare én effectieve manier om aan de NIS2-verplichtingen te voldoen. Het voorkomt onduidelijkheid over wie de regie voert en zorgt dat informatiebeveiliging niet afhankelijk is van losse initiatieven of tijdgebrek.
Met een paar uur per maand is de basis al te leggen. En dat is vaak precies wat nodig is om grip te krijgen én te behouden.

4. Van dreiging naar aanpak: wat de remote CISO concreet oplevert
Veel zorgorganisaties weten wat er moet gebeuren, maar niet waar te beginnen. De verantwoordelijkheden zijn vaak verdeeld, tijd is schaars en wetgeving verandert sneller dan interne processen kunnen volgen. Een remote CISO biedt dan niet alleen tijdelijke ondersteuning, maar structurele regie.
In plaats van te blijven reageren op incidenten, risico’s of audits, zorgt deze rol voor overzicht, prioriteit en samenhang. Daarmee verandert informatiebeveiliging van een last naar een werkbaar onderdeel van de organisatie.
Wat een remote CISO wél oplevert
Een externe CISO levert tastbare resultaten, zonder extra personele druk. Denk aan:
- Beleidsstructuur op maat
Opstellen van praktisch beleid dat past bij de schaal, complexiteit en zorgcontext van de organisatie. Geen overbodige documenten, maar werkbare afspraken die ook in de praktijk toepasbaar zijn. - Risicobeoordeling en prioritering
Inzicht in waar de echte kwetsbaarheden zitten, en wat eerst moet. Op basis van een objectieve risicoanalyse worden maatregelen geprioriteerd, afgestemd op beschikbare middelen. - Bestuurlijke ondersteuning
Vertaling van complexe beveiligingsvraagstukken naar begrijpelijke input voor bestuur en management. Zodat besluitvorming gebaseerd is op feiten, niet op aannames. - Toezicht op ketenveiligheid
Inzicht in risico’s bij externe leveranciers, samenwerkingspartners en IT-dienstverleners. Inclusief hulp bij het stellen van de juiste eisen en het toetsen van naleving. - Voorbereiding op incidenten
Inrichting van incidentresponse, zodat er niet pas wordt nagedacht als het al misgaat. Inclusief communicatielijnen, verantwoordelijkheden en herstelstappen. - Continue rapportage en bijsturing
Heldere rapportages over voortgang, naleving en verbeterpunten — afgestemd op NIS2-verplichtingen en intern beleid.
Geen project, maar een vaste functie – flexibel ingevuld
De kracht van een remote CISO ligt in continuïteit. Niet als project of auditmoment, maar als vaste rol — op afstand, schaalbaar, en gericht op blijvende verbetering. Dit zorgt voor rust, grip en voorspelbaarheid in een onderwerp dat vaak als ongrijpbaar wordt ervaren.
Voor zorgorganisaties betekent dit:
- geen druk om een vaste CISO te werven;
- geen versnipperde verantwoordelijkheid;
- en wél voldoen aan wet- en regelgeving op een haalbare manier.
De inzet is schaalbaar: vaak volstaat een paar uur per maand om structuur aan te brengen en toezicht te houden. Juist in een sector waar middelen beperkt zijn, maar de risico’s groot, is dat een nuchtere en effectieve oplossing.
Wie vandaag een remote CISO inzet, voorkomt dat beveiliging blijft hangen in losse acties — en zet een serieuze stap richting volwassen, aantoonbare digitale weerbaarheid.
