Digitale dreigingen ontwikkelen zich sneller dan veel organisaties kunnen bijbenen. Zeker in de zorg is de balans tussen continuïteit, compliance en veilige gegevensverwerking steeds moeilijker te houden. Tegelijk groeit de behoefte aan structuur, regie en inzicht.
Wat als informatiebeveiliging geen losse taken meer zijn, maar een geïntegreerde verantwoordelijkheid met strategisch gewicht?

1. De rol en positie van de CISO
De Chief Information Security Officer (CISO) is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, uitvoeren en bewaken van het informatiebeveiligingsbeleid binnen een organisatie. De functie richt zich op strategische sturing, niet op technische uitvoering. Een CISO zorgt dat beleid, risicoanalyse en beveiligingsmaatregelen structureel onderdeel worden van de bedrijfsvoering.
De positie van de CISO bevindt zich tussen bestuur, IT en operationele afdelingen. Vanuit die plek fungeert de CISO als schakel tussen strategische besluitvorming en praktische uitvoering. Het doel is het versterken van digitale weerbaarheid zonder dat informatiebeveiliging een geïsoleerde IT-activiteit wordt.
Strategische regierol
De CISO is een onafhankelijke adviseur met mandaat om richting te geven aan beleid. De functie vraagt bestuurlijke invloed, omdat beveiligingsbeslissingen vaak raken aan bedrijfscontinuïteit, reputatie en investeringen. Onafhankelijkheid is noodzakelijk om belangenafwegingen te kunnen maken die niet worden gestuurd door operationele druk of kostenoverwegingen.
Een effectieve CISO:
- heeft directe rapportagelijnen naar bestuur of directie;
- vertaalt risico’s naar strategische keuzes;
- bewaakt consistentie tussen beleid, uitvoering en naleving.
De waarde van de functie ligt in overzicht, sturing en de capaciteit om complexe risico’s begrijpelijk te maken voor besluitvormers.
Wat de CISO níet is
De rol van de CISO wordt regelmatig verkeerd geïnterpreteerd. De functie wordt soms verward met IT-beheer, projectmanagement of privacytoezicht. Dit leidt tot overlappende verantwoordelijkheden en verlies van regie. De CISO is echter geen:
- systeembeheerder – de CISO voert geen technische handelingen uit en configureert geen systemen;
- operationele brandweerman – het doel is voorkomen en beheersen, niet direct oplossen van incidenten;
- Functionaris Gegevensbescherming (FG) – de FG ziet toe op naleving van privacywetgeving, terwijl de CISO zich richt op beveiliging van informatie, inclusief maar niet beperkt tot persoonsgegevens;
- compliance officer – de CISO adviseert over normen en beleid, maar voert geen audits of juridische toetsingen zelfstandig uit;
- projectmanager – de CISO begeleidt implementaties inhoudelijk, maar beheert geen projectbudgetten of deadlines.
Het onderscheid is essentieel om te voorkomen dat de CISO wordt gezien als uitvoerder in plaats van beleidsbepaler.
Betekenis voor de zorgsector
Binnen de zorg is dit onderscheid bijzonder relevant. Informatieveiligheid raakt direct aan patiëntveiligheid, vertrouwelijkheid en continuïteit van zorgprocessen. Wanneer een CISO wordt ingezet als technisch specialist in plaats van strategisch leider, ontbreekt de noodzakelijke regie over beveiligingsbeslissingen. De toename van ransomware en gerichte hacking onderstreept de noodzaak van een goed gepositioneerde CISO die beleid aanstuurt, prioriteiten stelt en rapporteert op bestuursniveau.
De CISO is daarmee geen uitvoerder van beveiliging, maar de architect van structurele digitale weerbaarheid.

2. De CISO als interne netwerker
De effectiviteit van een CISO hangt sterk af van de mate waarin de functie intern is ingebed. Niet alleen formeel via rapportagelijnen, maar ook via informele netwerken binnen de organisatie. De CISO moet toegang hebben tot sleutelfiguren, projectgroepen en besluitvormingsprocessen, ook wanneer informatiebeveiliging daar niet expliciet op de agenda staat.
In zorgorganisaties bevinden veel beveiligingsbeslissingen zich buiten het directe domein van IT of beleid. Denk aan wijzigingen in zorgapplicaties, samenwerkingen met externe partijen of introductie van nieuwe technologieën in de kliniek. Wanneer de CISO in deze processen geen structurele positie heeft, ontstaan beveiligingslekken buiten zicht.
Informele toegang en timing
Formele bevoegdheden bieden onvoldoende garantie voor invloed. De CISO moet zich ook bewegen in het informele circuit waar beslissingen vroegtijdig worden voorbereid. Toegang tot netwerken van projectleiders, stafdiensten en functioneel beheerders is hierbij essentieel.
Relevante beïnvloeding ontstaat alleen als de CISO:
- vroegtijdig signalen opvangt uit de operatie;
- actief aanwezig is bij informele afstemmomenten;
- kennis heeft van werkprocessen buiten de IT.
Sectorspecifieke overlegstructuren
In de zorg is de besluitvorming versnipperd over medische raden, functioneel beheer, kwaliteitscommissies en externe toezichthouders. De CISO moet deze overlegstructuren kennen en gericht benaderen. Alleen dan ontstaat de mogelijkheid om risico’s te adresseren voordat ze beleid of systemen raken.
De CISO is daarmee geen uitvoerder, maar een strategisch netwerker die zijn invloed opbouwt door aanwezigheid, vertrouwen en timing.

3. De CISO en risicogestuurd toezicht op patiëntgegevens
De CISO vervult een centrale rol in het risicogestuurd toezicht op informatie die direct raakt aan patiëntveiligheid. In zorginstellingen gaat het daarbij vooral om elektronische patiëntendossiers, medische apparatuur en systemen die zorgprocessen ondersteunen. Deze informatiestromen bevatten niet alleen privacygevoelige gegevens, maar vormen ook een directe component van veilige en effectieve zorgverlening.
Risico’s binnen dit domein zijn niet beperkt tot datalekken of verlies van beschikbaarheid. Verstoring van systemen, manipulatie van dossiers of ongeautoriseerde toegang kan leiden tot foutieve diagnoses, gemiste medicatiesignalen of onjuiste behandelingen. Dit maakt het risico tastbaar: niet alleen administratief, maar direct klinisch.
De CISO beoordeelt deze risico’s niet alleen op technische kwetsbaarheid, maar op impact voor patiëntenzorg en zorgcontinuïteit.
Toezicht op risicovolle processen
Een CISO brengt risico’s in kaart die voortkomen uit:
- koppelingen tussen zorgapplicaties en externe leveranciers;
- onvoldoende gescheiden toegangsrechten binnen dossiersystemen;
- gebrekkige logging of detectie van ongebruikelijke raadplegingen.
Deze risico’s worden beoordeeld op basis van impact op vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van gegevens, met specifieke aandacht voor situaties waarin verstoring direct leidt tot patiëntveiligheidsincidenten.
Bestuurlijke rapportage
De CISO vertaalt technische risico’s naar inzichten die bruikbaar zijn voor bestuur en management. Dit gebeurt via dashboards, beleidsadviezen of rapportages waarin duidelijk wordt welke kwetsbaarheden prioriteit hebben — niet op basis van IT-complexiteit, maar op basis van risico’s voor zorgkwaliteit.
Zo wordt informatiebeveiliging een structureel onderdeel van risicomanagement in de zorg, met directe relevantie voor patiëntveiligheid en verantwoord datagebruik.

4. De CISO als regisseur van incidentmanagement
Wanneer informatiebeveiliging faalt, komt de effectiviteit van voorbereiding direct onder druk te staan. De CISO speelt hierin een centrale rol door incidentmanagement niet als technische reactie, maar als bestuurlijk proces te organiseren.
Incidenten zoals ransomware-aanvallen of datalekken vereisen directe, gecoördineerde actie. De CISO zorgt dat processen, rollen en verantwoordelijkheden vooraf zijn vastgelegd, getest en ingebed in de organisatie. Dit voorkomt ad-hoc reacties die leiden tot vertraging, reputatieschade of gebrekkige communicatie.
Beleid, toetsing en coördinatie
De CISO is verantwoordelijk voor het opstellen en actueel houden van incident response plannen. Daarbij hoort ook het periodiek toetsen van de praktische uitvoerbaarheid, bijvoorbeeld via simulaties of table-top-oefeningen.
In de praktijk houdt dit onder meer in:
- Regie over de samenhang tussen technische respons, communicatie en juridische opvolging;
- Afstemming met externe partijen zoals leveranciers of beveiligingsspecialisten;
- Evaluatie en bijstelling van beleid na incidenten of near misses.
De rol stopt niet bij voorbereiding: tijdens en na een incident blijft de CISO de verbindende factor tussen operationele respons en bestuurlijke verantwoording.
Zorgsector: impact overstijgt IT
In zorginstellingen raakt een beveiligingsincident meer dan alleen systemen. Verlies van toegang tot patiëntgegevens, uitval van medische apparatuur of datalekken kunnen directe gevolgen hebben voor de kwaliteit van zorg.
De CISO zorgt ervoor dat incidentrespons niet alleen gericht is op herstel, maar op continuïteit van zorgverlening en bescherming van vertrouwen. Uiteindelijk draait informatiebeveiliging niet om techniek, maar om het waarborgen van zorgprocessen en bedrijfscontinuïteit.

5. CISO-as-a-Service
Niet elke organisatie beschikt over voldoende interne capaciteit om de CISO-rol structureel te vervullen. Vooral in middelgrote zorginstellingen wordt informatiebeveiliging vaak bij IT of kwaliteitsmanagement ondergebracht, zonder dat er regie wordt gevoerd op strategisch niveau. Dit vergroot de kans op versnipperd beleid, onvolledige risicobeheersing en beperkte voorbereiding op incidenten.
Een duurzame oplossing is het structureel beleggen van de CISO-rol, zonder direct over te gaan tot een vaste aanstelling. Externe invulling biedt in dat geval uitkomst. Door een ervaren CISO periodiek in te zetten, wordt de benodigde expertise beschikbaar gemaakt zonder dat de organisatie wordt belast met een dienstverband of volledige formatieplaats.
Een remote Information Security Officer (ISO) kan:
- beleid en risicobeheersing organiseren;
- ondersteunen bij audits en certificering;
- toezicht houden op implementaties en opvolging van maatregelen;
- als vaste contactpersoon optreden voor directie, IT en externe toezichthouders.
Deze vorm van ondersteuning is schaalbaar en gericht op opbouw van structuur. Voor veel zorginstellingen is het daarom een goed idee om een externe ISO in te huren die enkele uren per maand beschikbaar is om informatiebeveiliging in te richten, te borgen en bestuurlijk te verankeren.


